2.2 Kwaliteit van zorg
CZ groep bepaalt de kwaliteit van de geleverde zorg door te kijken naar het percentage deelnemers dat na afloop echt is gestopt met roken. We vragen onze gecontracteerde aanbieders om deze gegevens vast te leggen. Zij doen dit op meerdere momenten:
4 weken na het afgesproken stopmoment;
3 maanden na de start van het begeleidingstraject;
6 maanden na de stopdatum;
exact 1 jaar na de beëindiging van het begeleidingstraject.
We verwachten dat gecontracteerde aanbieders zich committeren aan de stopcriteria uit de Russell Standard (West, 2005). In bijlage 2 staat de verkorte versie hiervan. Aan de hand van de behaalde stoppercentages op meerdere momenten na de behandeling bepalen we het gemiddelde van de aanbieders. Wij willen de kwaliteit van deze stopbegeleiding voor onze verzekerden weergeven in een classificatie: gemiddeld, ondergemiddeld of bovengemiddeld.
CZ groep vindt het belangrijk dat aanbieders hun kwaliteitscijfers vastleggen: om hun eigen product te verbeteren en vooral om deze cijfers openbaar en transparant te kunnen maken. We willen onze zorgaanbieders dan ook stimuleren om op hun websites inzicht geven in hun kwaliteitscijfers. Daarnaast willen we dat ze deze cijfers op verzoek, maar minstens één keer per jaar, bij ons aanleveren. Hiervoor gebruiken zij een ingevulde minimale dataset (MDS) met daarbij een bestuursverklaring. Onderstaande afbeelding laat dit proces zien. Een voorbeeld van een minimale dataset vindt u op onze website. Steekproefsgewijs checkt CZ groep de aangeleverde data. De aanlevering vindt beveiligd plaats via SecureShare. Ook vragen we onze aanbieders om vast te leggen hoeveel tijd zij aan de begeleiding besteden en hoeveel patiënten gebruikmaken van farmacologische ondersteuning en om welke soort het dan gaat.
De aangeleverde kwaliteitscijfers willen we in de Zorgvinder op onze website presenteren. Zo helpen we onze verzekerden om een goede stopbegeleider te kiezen. CZ groep wil aanbieders stimuleren om hun kwaliteitscijfers ook zelf openbaar maken voor verzekerden. We blijven de landelijke ontwikkeling van een eenduidig meetinstrument volgen:
om de uitkomstindicatoren gestandaardiseerd te kunnen meten;
om de effectiviteit van stopinterventies te kunnen bepalen;
om succespercentages op een eenduidige manier te registeren en vast te leggen.
Deze ontwikkelingen moeten het in de toekomst mogelijk maken om verschillende zorgaanbieders op eenzelfde manier met elkaar te vergelijken, hierover het gesprek met elkaar aan te gaan en zo de kwaliteit te blijven waarborgen.
Voor huisartsen die in hun praktijk intensieve individuele stopbegeleiding bieden, gelden de afspraken uit de huisartsenovereenkomst. Kortdurende stopadviezen of korte motiverende interventies om te stoppen met roken vallen niet onder de NZa-beleidsregel Stoppen-met-rokenprogramma, maar onder de reguliere zorgverlening door huisartsen, verloskundigen en andere zorgverleners.