2.2 Herinrichten zorglandschap
De toegankelijkheid van de GGZ staat onder druk doordat een steeds groter deel van de capaciteit wordt ingezet voor relatief lichte, voorspelbare zorgvragen. Hierdoor raken cruciale functies overbelast en lopen de wachttijden op. Om het GGZ‑landschap weer in balans te brengen, sturen we op een betere verdeling van de capaciteit en een duidelijke focus op de meest kwetsbare groepen. We sturen waar dat passend is op een structurele verschuiving van gespecialiseerde GGZ naar lichtere vormen van ondersteuning in de eerste lijn en het sociaal domein. Dit vraagt om een betere doorstroom en uitstroom, en optimaal gebruik van de beschikbare capaciteit. Voor deze verschuiving versterken we de samenwerking binnen de GGZ en over de domeinen heen. We bouwen voort op de regionale fundamenten en de vastgelegde transformatieplannen.
Het sociaal domein, de huisartsenzorg en de GGZ dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor tijdige en passende ondersteuning vóórdat iemand doorverwezen wordt. GGZ‑aanbieders moeten hun expertise meer aan de voorkant inzetten via vroegsignalering, consultatie en triage. De medicalisering van hulpvragen moet worden teruggedrongen; als problematiek samenhangt met andere levensdomeinen, is ondersteuning buiten de GGZ vaak passender.
Mentale gezondheidsnetwerken
In onze kernregio’s werken we toe naar volwaardige en goed functionerende mentale gezondheidsnetwerken (MGN). We contracteren verkennende gesprekken en waar nodig ook de overige functies van een MGN: domeinoverstijgende casusoverleggen, een transfermechanisme en inzicht in de wachttijden. We zien deze netwerken als een belangrijke beweging om te komen tot een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de huisartsen, het sociaal domein en de GGZ. Alleen via deze domeinoverstijgende samenwerking kunnen we de toegankelijkheid van de GGZ nu en in de toekomst waarborgen. We stimuleren zorgaanbieders om zich (pro)actief bij deze regionale beweging aan te sluiten en verzoeken de netwerken om open te staan voor zorgaanbieders die zich willen aansluiten. Deze beweging wordt ook in het IZA bekrachtigd.
In de meeste regio’s is de ontwikkeling van MGN vormgegeven op basis van een transformatieplan. In deze plannen zijn afspraken vastgelegd over de beoogde resultaten en de impact op de GGZ. CZ groep geeft de contractering van MGN in 2027 (verder) vorm, mogelijk met meerjarige (netwerk)contracten. Ook gaan we vanaf 2027 de beoogde resultaten verwerken in de reguliere contractering. De meest recente informatie over MGN en de bijbehorende contractering is te vinden op: Mentale Gezondheidsnetwerken (MGN) - CZ.
Consultatiefunctie sociaal domein
Een andere vorm van domeinoverstijgende samenwerking binnen de GGZ is de consultatiefunctie sociaal domein. Professionals uit het sociaal domein kunnen laagdrempelig GGZ‑expertise inroepen als zij advies willen over cliënten die niet in behandeling zijn binnen de GGZ. Zo kunnen zij tijdig passende ondersteuning bieden en zwaardere zorgvragen voorkomen. Voor 2028 willen we deze consultatiefunctie integreren binnen de MGN. Beide instrumenten hebben immers hetzelfde doel: sterkere domeinoverstijgende samenwerking en tijdige, passende ondersteuning vóórdat een verwijzing naar de GGZ aan de orde is. Dat maakt het logisch om de consultatiefunctie onder te brengen in deze regionale netwerken. Belangrijk daarbij is dat zorgaanbieders die de consultatiefunctie leveren, zich aansluiten bij een MGN in hun regio. Dit waarborgt een samenhangende werkwijze en een uniform ondersteuningsaanbod.
Cruciale zorg
Cruciale zorg is minder voorspelbaar en vraagt om een multidisciplinaire aanpak, met de cruciale functies op de achtergrond én de voorgrond, waar nodig over meerdere domeinen heen (zoals HIC, FACT, IHT, outreachende crisiszorg en verplichte GGZ). Deze cruciale zorg moet structureel en (boven)regionaal toegankelijk blijven, met voldoende beschikbaarheid, continuïteit en kwaliteit.
Over de cruciale zorg hebben we in het IZA afgesproken dat we gezamenlijk zicht willen krijgen op de benodigde capaciteit, de voorzieningen en de infrastructuur van het (boven)regionale cruciale zorgaanbod dat past bij de zorgvraag van de patiënt. De komende jaren moet inzichtelijk worden welke cruciale zorg regionaal, bovenregionaal of landelijk georganiseerd moet worden. Daarom zijn er regionale tafels van start gegaan om dit in kaart te brengen, knelpunten te identificeren en met de regio tot oplossingen te komen. We volgen aan de regionale tafels de handreiking cruciale GGZ (new window) die kan helpen om de dialoog op gang te brengen. Wij vragen u om deel te nemen aan deze regionale tafels en om waar nodig capaciteit te leveren om de cruciale zorg te blijven borgen.
Aanvullend op de regionale gesprekken voor borging van cruciale zorg wisselen wij als zorgverzekeraars signalen over het cruciale zorgaanbod met elkaar uit om deze signalen te betrekken in de individuele inkoopgesprekken met de betreffende zorgaanbieders.
Zorgcoördinatie
Niet alleen binnen de GGZ staat de acute zorg onder druk; dit geldt voor de hele acute zorgketen. Zorgcoördinatie ondersteunt patiënten en zorgaanbieders om passende zorg te vinden bij een acute zorgvraag. Landelijk is zorgcoördinatie aangewezen als systeemmaatregel om de toegankelijkheid te borgen, de triage te verbeteren en de acute keten te ontlasten. In lijn met het IZA en het AZWA zetten alle ROAZ‑regio’s stappen richting regionale zorgcoördinatievoorzieningen (ZCV’s). De belangrijkste opgaven zijn: uniformere triage, beter inzicht in de regionale capaciteit, afstemming tussen de ketenpartners en een governancestructuur die opschaling mogelijk maakt. De juridische en ICT‑voorwaarden zijn nog in ontwikkeling, maar tijdelijke oplossingen worden al in meerdere regio’s ingezet.
CZ groep ondersteunt de landelijke koers om zorgcoördinatie per 2027 structureel in te bedden in de reguliere zorginkoop. We borgen de implementatie via inkoopafspraken, de inzet van transformatiegelden en duidelijke resultaatsverplichtingen. De acute GGZ is niet standaard onderdeel van de regionale zorgcoördinatievoorzieningen. We blijven de landelijke ontwikkelingen volgen en pakken onze rol in de regio’s waar de acute GGZ al wél onderdeel is van het transformatieplan rondom zorgcoördinatie.
Uitstroom uit de GGZ bevorderen
Door een gebrek aan sociale voorzieningen is er onvoldoende uitstroom mogelijk vanuit de GGZ naar de wijk. Hierdoor blijven cliënten soms onnodig opgenomen en ontstaat een ‘verstopping’ binnen de GGZ, waardoor de wachtlijsten toenemen. Voor een goede uitstroom is ook de sociale basis van belang. Als deze onvoldoende is, is de kans op terugval groot. Voor een betere uitstroom van GGZ-cliënten naar de thuissituatie is een goede samenwerking tussen de GGZ en gemeenten essentieel. De regioplannen die we in 2023 hebben opgesteld, bevestigen dat een sterkere regionale samenwerking nodig is om de grote uitdagingen op te lossen.
Uitstroom uit de geneeskundige GGZ kan ook betekenen dat een cliënt betere zorg krijgt met een Wlz-indicatie en een bijpassende plek. Deze cliënten zijn blijvend aangewezen op continue zorg nabij of op permanent toezicht vanwege de complexiteit van hun aandoening en/of multimorbiditeit. Daardoor moeten alle betrokken zorgaanbieders hun handelen intensief en integraal op elkaar afstemmen. CZ groep vindt integrale zorg (en de bijbehorende bekostiging) belangrijk en ziet dit als een uitgangspunt.