3.2.2 Betaalbaarheid van zorg
Omzetmaximum
Voor 2027 komen we met iedere gecontracteerde GGZ‑instelling een omzetmaximum overeen. Daardoor kunnen wij de beschikbare middelen gericht inzetten voor zorg met kortere wachttijden en een betere toegankelijkheid, vooral voor complexe doelgroepen. Daarnaast hanteren wij een omzetmaximum om het volume en de kosten te beheersen en om duidelijkheid en voorspelbaarheid te creëren voor instellingen. Met inkoopparameters zoals de gemiddelde kosten per unieke cliënt komen we tot een doelmatige inzet van de behandelcapaciteit en stimuleren we een evenwichtige regionale beschikbaarheid van de GGZ‑zorg.
Tarieven
Voor de contractering voor 2027 gebruiken wij een eigen tarievenlijst. We bieden een gedifferentieerd tariefpercentage aan. De totstandkoming van het tarief lichten wij toe bij ons contractaanbod.
Inkoopparameters
We willen dat de GGZ-zorg tegen maatschappelijk acceptabele kosten geleverd wordt. Om hier goede afspraken over te maken, kijken we per (type) zorgaanbieder naar het profiel. Daarbij maken we onderscheid tussen ontwikkelingen op het gebied van kosten[1] en ontwikkelingen op het gebied van toegankelijkheid[2]. Met iedere zorgaanbieder maken we per onderdeel passende afspraken.
Zorglabels, settings en prestaties
Voor meerdere zorglabels, settings en prestaties hanteren we aanvullende voorwaarden:
Digitale zorg (zorglabel S01)
We vragen zorgaanbieders om dit label vanaf 2027 te gebruiken als er sprake is van digitale zorg. In de overeenkomst nemen we op wanneer dit label van toepassing is.Outreachend (setting 4)
De zorg in de outreachende setting wordt vooral geleverd door FACT, IHT en/of VIP. Een zorgaanbieder moet aantoonbare regionale samenwerkingsafspraken hebben met het sociaal domein én de zorg richt zich op de EPA-doelgroep én deze zorg is geïntegreerd in de regionale crisis- en opnameketen (waarmee ernstige crises gemanaged worden). Setting 4 mag alleen geleverd worden met expliciete toestemming van CZ groep. We vragen de criteria via VECOZO uit bij alle zorgaanbieders.Klinisch, exclusief forensische en beveiligde zorg (setting 5)
CZ groep contracteert in principe geen groei in de klinische capaciteit ten opzichte van 2026. We maken specifieke afspraken zodra het duidelijk is dat een patiënt na 365 dagen nog aanspraak maakt op een GGZ-behandeling met verblijf. We vragen de zorgaanbieder om de checklist ‘Langdurig medisch noodzakelijk verblijf GGZ’ in te vullen en bij het medisch dossier te voegen[3].Hoogspecialistisch (setting 8)
Deze setting kan alleen worden gedeclareerd als dit met CZ groep is overeengekomen. Dit beoordelen we onder meer op basis van de landelijke afspraken en de aanvullende eisen voor een bovenregionale functie en derdelijns verwijzingen. CZ groep verwacht dat de zorgtrajecten binnen deze setting kortdurend zijn en dat de overdracht van cliënten en expertise richting het reguliere veld tijdig en goed is georganiseerd. Daarnaast vinden we de behandeling van lichte zorgvragen (onder andere zorgvraagtype 1 tot en met 3) niet passend binnen deze setting. We zien veel differentiatie binnen deze setting en stellen aanvullende vragen via VECOZO bij alle zorgaanbieders.Verblijfsdag met complexe somatische comorbiditeit (prestatie)
Voor 2027 contracteren wij deze verblijfsdagen in principe alleen bij zorgaanbieders waarbij we deze zorg voor 2026 ook hebben ingekocht. Deze verblijfsdagen gelden enkel voor cliënten met complexe somatische comorbiditeit. Zij hebben gelijktijdig een somatische en een psychiatrische aandoening die elkaar negatief beïnvloeden, waardoor geïntegreerde zorg nodig is[4]. De medisch specialist en de psychiater hebben beiden direct contact met de cliënt. Daarnaast moet de zorgaanbieder aantoonbare samenwerkingsafspraken hebben met verwijzers en vervolgzorginstanties[5].
Aanvullend beleid voor consulten, verblijfsdagen, toeslagen en overige prestaties
In het algemeen volgen we de landelijke regelgeving voor de prestaties. Alle prestaties maken integraal deel uit van een eventueel overeengekomen omzetmaximum. Daarbij merken we het volgende op:
De totale casemix bestaat voor maximaal 20% uit trajecten met uitsluitend diagnostiek.
De registratie en de declaratie van alle toeslagen en overige prestaties moet expliciet overeengekomen zijn.
- 1Denk aan: de gemiddelde kosten per unieke cliënt, het directe uurtarief, de directe uren per cliënt en de gemiddelde kosten per verblijfsdag.
- 2Denk aan: het aandeel (nieuwe) cliënten dat een zorgaanbieder in zorg neemt, een goede screening die tot minder instroom leidt, betrouwbare wachtlijstinformatie en transparantie daarover, en de mate van inclusie.
- 3Het is niet nodig om deze checklist actief naar CZ groep te versturen.
- 4Dit houdt onder andere in dat er naast een psychiatrische opname ook een eigenstandige opname-indicatie is vanuit het somatische specialisme. Zodra de eigenstandige psychische of somatische opname-indicatie vervalt, verloopt de declaratie via de reguliere prestaties (ZPM of DBC). Het somatische specialisme heeft gedurende de opname een eigen behandelverantwoordelijkheid. Eenmalige consultatie valt daar niet onder.
- 5Doel van deze afspraken is duidelijkheid over de somatische en psychiatrische behandelmogelijkheden van de zorgaanbieder en een soepele samenwerking. Deze schriftelijke samenwerkingsafspraken omvatten: opname- en ontslagcriteria, een aanmeldingsprocedure, een verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de verwijzende instelling, de verwijzend medisch specialist en de psychiater, terugplaatsingsafspraken en -garantie rond het ontslag, structureel overleg en het opschalen naar een hoger inhoudelijk en bestuurlijk verantwoordelijk niveau bij conflicten of onduidelijkheden.