2.1 Gepaste en doelmatige zorg
De toenemende samenwerking binnen een VSV leidt tot meer inzicht in elkaars kwaliteiten. Wij gaan ervan uit dat hierdoor meer aandacht ontstaat voor specialisaties en regionaal maatwerk. De regionale tekorten aan gespecialiseerde verpleegkundigen en beperkingen in de toegankelijkheid voor de poliklinische bevallingen vereisen wat ons betreft het grootschalig toepassen van bewezen innovaties die zorg voorkomen, verplaatsen of vervangen. Daarvoor moet onder meer een analyse worden gemaakt van de praktijkvariatie van verwijzingen van de eerste naar de tweede lijn. CZ groep ondersteunt regionale initiatieven van zorgverleners die praktijkvariatie bespreken in hun VSV, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van regionale dashboards. Waar mogelijk ondersteunt CZ groep hierbij. Binnen het VSV kunnen de ketenpartners vervolgens de cijfers analyseren en hier waar nodig acties aan koppelen. Er zijn verschillende regionale initiatieven waardoor zwangeren met milde medische indicaties langer door hun vaste verloskundige gezien kunnen worden, eventueel zelfs buiten het ziekenhuis. Deze initiatieven, die plaatsvinden in regio’s waarin verloskundigen en gynaecologen nauw samenwerken, moeten leiden tot best practices die vervolgens landelijk verspreid kunnen worden. Het effect op de toegankelijkheid is bij zulke initiatieven standaard onderdeel van de monitoring. Er is behoefte aan overzicht en duidelijkheid over deze initiatieven en de bekostiging daarvan. CZ groep gaat hierover in gesprek met de stakeholders, zoals de beroepsorganisaties van de verloskundigen en gynaecologen (KNOV en NVOG) en de NZa.
Ondanks de financiële steun vanuit de zorgverzekeraars van de laatste jaren zijn de uitdagingen voor kraamzorgorganisaties nog steeds groot. De toegankelijkheid van de sector staat onder druk. CZ groep streeft ernaar dat voor elke kraamvrouw en pasgeborene (minimale) kraamzorg beschikbaar blijft.
Op basis van de evaluaties van afgelopen jaren hebben we voor ons zorginkoopbeleid 2 doelstellingen vastgesteld:
De samenwerking tussen de kraamzorgaanbieders onderling en met de andere ketenpartners en verzekeraars moet gestimuleerd worden binnen de regio’s waarin de kraamzorgsamenwerkingsverbanden (KSV’s) actief zijn.
Alle zorgaanbieders en kraamverzorgenden binnen een bepaalde regio moeten in tijden van krapte op eenzelfde manier afschalen en de beschikbare kraamzorguren spreiden.
Er wordt hard gewerkt aan de uitvoering van het Transformatieplan Toekomstbestendige Kraamzorg, dat een onderdeel is van de brede versnellingsagenda die Bo Geboortezorg samen met ZN heeft vastgesteld. Binnen deze versnellingsagenda dragen 4 thema’s direct bij aan gepaste en doelmatige zorg:
Inzicht in capaciteit: we sturen hierbij op een betere spreiding van de beschikbare capaciteit door afspraken vast te leggen in de contracten.
Passende kraamzorg: de KLIM implementatiepilot wordt momenteel voorbereid. De zorg sluit hiermee beter aan op de zorgvraag en houdt rekening met de sociale context.
Regionale organisatie: in de regioplannen van de zorgaanbieders binnen een KSV en de primaire zorgverzekeraars staan afspraken over de samenwerking en de aanpak voor de krapteproblematiek. Ook de doelmatigere organisatie van de partusassistentie maakt hiervan deel uit.
Ketensamenwerking: kraamzorg is belangrijk voor een goede start en voorkomt latere problemen. De samenwerking met andere ketenpartners in de geboortezorg is essentieel. We zetten in op deze samenwerking door de verbinding te stimuleren en gesprekken in de VSV’s aan te gaan.