3.3.3 Kraamzorg
CZ groep wil dat alle verzekerden kraamzorg kunnen krijgen en dat de kraamzorg wordt ingezet waar die het meest noodzakelijk is, ook in tijden van krapte. In de regio’s waar sprake is van krapte moeten kraamzorgaanbieders contact opnemen met de zorgverzekeraar zodra zij de inschrijving voor 24 uur kraamzorg niet meer kunnen garanderen. Daarnaast verwachten wij van deze kraamzorgaanbieders dat ze met andere zorgaanbieders binnen de KSV-regio in gesprek gaan over de beschikbare capaciteit, het instellen van een digitale wachtlijst, de spreiding van de beschikbare kraamzorguren, de afstemming met andere ketenpartners en de informatievoorziening aan de kraamgezinnen. De primaire zorgverzekeraars leveren een beeld aan over de regio waarin cijfermatige gegevens over de KSV-regio gedeeld worden. Gezamenlijk wordt er een regionaal plan opgesteld om het schaarsteprobleem aan te pakken.
Onze verzekerden kunnen contact met ons opnemen voor zorgbemiddeling. Onze zorgbemiddelaars bekijken dan welke organisaties een overeenkomst met CZ groep hebben afgesloten en of er in bepaalde regio’s al wachtlijsten van kracht zijn. We staan in nauw contact met de KSV’s die krapteproblemen hebben en waar wij marktleider zijn. Signalen en vragen vanuit onze bemiddelingen bespreken we met de KSV’s en we zoeken samen met hen naar oplossingen.
Het opleiden van nieuwe kraamverzorgenden, verdergaande digitalisering en het digitaal aanbieden van kraamzorg blijven erg belangrijk om de capaciteitsproblemen op te lossen.
Tot slot is meer transparantie over de zorglevering door zzp’ers erg belangrijk. In 2027 gebruikt CZ groep een nieuwe indeling voor de contractering. Daarnaast moeten alle kraamverzorgenden een eigen AGB-code hebben. Deze moet ook vermeld worden in de declaratie.
Onderscheid tussen zorgaanbieders die een loondienstorganisatie zijn en zorgaanbieders die een niet-loondienstorganisatie zijn
Vanaf 2027 maakt CZ groep onderscheid tussen organisaties die de zorg laten verlenen door kraamverzorgenden die bij de organisatie in loondienst zijn en organisaties die de zorg vooral laten verlenen door derden, zoals kraamverzorgenden op zzp- of uitzendbasis (‘niet-loondienstorganisaties’). Dit beleid is erop gericht om de kwaliteit en continuïteit van de kraamzorg te borgen en een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de krapte in de kraamzorgsector (KSV’s).
Deze differentiatie is gebaseerd op de mate waarin er direct gestuurd kan worden op de spreiding van zorg en de borging van de continuïteit van zorg die loondienstorganisaties kunnen bieden. Daarbij heeft CZ groep de ervaring dat niet-loondienstorganisaties doorgaans minder bijdragen aan structurele oplossingen voor de arbeidsmarktkrapte en de continuïteit van zorg. Deze organisaties kunnen minder sturen op het spreiden van zorg en andere maatregelen in tijden van krapte. Zzp’ers werken solitair en plannen marges in rondom de aanname van klanten omdat bevallingen niet planbaar zijn. Ze kunnen dus vooraf moeilijk meerdere inschrijvingen garanderen. Daarnaast zijn de organisaties van zzp’ers ook niet de partijen die aanvullende werkzaamheden of taken (zoals wachtlijstbemiddeling) opnemen die ten goede komen aan de samenwerking binnen een KSV of VSV. Hierdoor ontstaat in de praktijk een oneerlijke markt, waarin aanbieders met medewerkers structureel meer verplichtingen dragen dan zzp-structuren. Tot slot zijn deze organisaties over het algemeen ook niet ingericht om sturing te geven aan het opleiden van nieuwe kraamverzorgenden. De laatste jaren zien we een toename van het aantal zzp’ers en bemiddelingsorganisaties en -platforms. Deze beweging willen we niet verder stimuleren.
De splitsing tussen een loondienstorganisatie en een niet-loondienstorganisatie maakt CZ groep op basis van het percentage zorg dat door kraamverzorgenden verleend wordt die in loondienst zijn van de organisatie die met CZ groep een zorgovereenkomst aangaat:
70% of meer à loondienstorganisatie;
minder dan 70% à niet-loondienstorganisatie.
Minimumeisen die voor álle zorgaanbieders gelden
Er is sprake van een organisatie met AGB-code, bij voorkeur met rechtspersoonlijkheid, die het leveren van kraamzorg aantoonbaar als kernactiviteit heeft.
Alle kraamverzorgenden die voor de zorgaanbieder zorg verlenen zijn KCKZ-geregistreerd en hebben een individuele AGB-code die wordt meegegeven in de declaratie.
De zorgaanbieder is ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel.
De zorgaanbieder verzorgt minimaal 10 kraambedden per maand.
De zorgaanbieder is HKZ/ISO-gecertificeerd (of vergelijkbaar)[1].
De zorgaanbieder is lid van een landelijke brancheorganisatie voor kraamzorg en moet aantoonbaar voldoen aan de lidmaatschapscriteria van Bo Geboortezorg.
De zorgaanbieder is 24 uur per dag in staat de partusassistentie tijdig in te zetten na een oproep van een verloskundige of heeft hiervoor duidelijke afspraken gemaakt met een andere partij om de partusassistentie te leveren.
De zorgaanbieder voert een kwaliteitscyclus (PDCA-cyclus) uit, waarbij de kwaliteit van de zorg, cliënttevredenheid en de veiligheid periodiek worden vastgelegd. Onderdeel hiervan is een cliënttevredenheidsmeting, waarvan de resultaten worden besproken en omgezet in verbeterplannen. Dit resulteert in een kwaliteitsjaarverslag dat op verzoek gedeeld wordt met CZ groep.
De zorgaanbieder meet de landelijke indicatoren van Zorginstituut Nederland. De resultaten worden aangeleverd en gepubliceerd onder de AGB-code waaraan ook de zorgregistratie en zorgdeclaratie gekoppeld zijn.
De zorgaanbieder is lid van het KSV of laat zich vertegenwoordigen in elke regio waarin de aanbieder kraamzorg aanbiedt.
De zorgaanbieder houdt zich aan de regioplannen en afspraken die binnen een KSV gemaakt worden.
De zorgaanbieder is lid van een VSV in de regio's waarin hij kraamzorg aanbiedt. De kraamzorgorganisatie mag zich hierin ook laten vertegenwoordigen.
De zorgaanbieder voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving (zoals de WGBO) en de geboden zorg voldoet aan de standaarden en richtlijnen van de betreffende beroepsgroep(en).
De zorgaanbieder voldoet aan de relevante verplichtingen rondom de registratie van de UBO, waarbij de eventuele UBO niet onder een wettelijke sanctieregeling valt.
Zorgaanbieders die een loondienstorganisatie zijn
Minimumeisen voor loondienstorganisaties
Deze organisaties voldoen aan alle minimumeisen waaraan álle zorgaanbieders moeten voldoen. Daarnaast gelden onderstaande aanvullende minimumeisen:
Per KSV-regio is minimaal 6 fte aan KCKZ-geregistreerde kraamverzorgenden aan de zorgaanbieder gekoppeld.
De zorgaanbieder houdt zich aan de landelijk geldende cao.
De zorgaanbieder is 24 uur per dag bereikbaar voor verloskundigen en kraamvrouwen.
De zorgaanbieder is het hele jaar tijdens kantoortijden (9.00 tot 17.00 uur) bereikbaar voor alle verzekerden.
De zorgaanbieder hanteert een protocol waarin staat welke medewerkers met welk doel toegang hebben tot de gegevens van de cliënten.
Tariefdifferentiatie voor loondienstorganisaties
Voor loondienstorganisaties hanteert CZ groep een basistarief. Daarop wordt een opslag toegepast als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan. De zorgaanbieder:
heeft een score van minimaal 80% op indicator 18 van de landelijke indicatoren 2024 (geslaagde borstvoeding).
beschikt over een beleidsstuk kwetsbare zwangeren[2] en voert dit ook uit.
biedt aantoonbaar opleidingsmogelijkheden voor de instroom van nieuwe kraamverzorgenden, vastgelegd in een opleidingsplan[3].
heeft geregeld dat er gewerkt kan worden met dienstroosters voor de kraamverzorgenden[4].
levert digitale voorlichting en instructie via beeldmateriaal, filmpjes en/of beeldbellen[5].
werkt in 2026 met een digitale wachtlijsttool[6].
heeft in 2026 aantoonbaar medewerking verleend aan de regionale afspraken over krapte[7].
Zorgaanbieders die een niet-loondienstorganisatie zijn
Minimumeisen voor niet-loondienstorganisaties
Deze organisaties voldoen aan alle minimumeisen waaraan álle zorgaanbieders moeten voldoen. Daarnaast gelden deze aanvullende minimumeisen:
Er zijn minimaal 12 zzp’ers aan de organisatie verbonden.
De organisatie is duidelijk en transparant over haar rol en werkwijze. Daarnaast moet informatie over de (telefonische) bereikbaarheid voor verzekerden en verloskundigen openbaar beschikbaar en transparant zijn.
De organisatie levert een lijst met de zzp’ers aan die via de organisatie declareren met een indeling op KSV-regio. Wijzigingen daarin gedurende het jaar worden doorgegeven via rz.geboortezorg@cz.nl.
Alle zzp’ers die zorg verlenen aan verzekerden, hebben ook een eigen HKZ-certificering (of vergelijkbaar) doorlopen. De organisatie overlegt de bewijzen daarvan op verzoek aan CZ groep.
De organisatie zorgt ervoor dat de kwaliteit van de zorg optimaal blijft en stimuleert periodieke kwaliteitsbesprekingen tussen de kraamverzorgenden.
Tariefdifferentiatie voor niet-loondienstorganisaties
Voor niet-loondienstorganisaties hanteert CZ groep een basistarief. Daarop wordt een opslag toegepast als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan. De zorgaanbieder:
heeft een score van minimaal 80% op indicator 18 van de landelijke indicatoren 2024 (geslaagde borstvoeding).
beschikt over een beleidsstuk kwetsbare zwangeren[8] en voert dit ook uit.
biedt aantoonbaar opleidingsmogelijkheden voor de instroom van nieuwe kraamverzorgenden en dit is vastgelegd in een centraal opleidingsplan voor de hele organisatie[9].
levert digitale voorlichting en instructie via beeldmateriaal, filmpjes en/of beeldbellen[10].
is in 2026 aangesloten op de digitale wachtlijsttool[11].
verleent in 2026 aantoonbaar medewerking aan de regionale afspraken over krapte[12].
Voorwaarden en procedure voor nieuwe zorgaanbieders van kraamzorg
Onder nieuwe zorgaanbieders verstaan we zorgaanbieders waarmee we in 2026 geen overeenkomst kraamzorg hebben. Om in aanmerking te komen voor zo’n overeenkomst voor 2027, moeten nieuwe zorgaanbieders voldoen aan de minimumeisen in dit document. De overeenkomst kan worden aangevraagd door via VECOZO een digitale vragenlijst in te dienen. Op www.cz.nl/zorgaanbieder > Geboortezorg vindt u hoe u dit kunt doen. CZ groep beoordeelt vervolgens uw aanvraag.
Procedure voor bestaande zorgaanbieders van kraamzorg
Onder bestaande zorgaanbieders verstaat CZ groep de zorgaanbieders kraamzorg die in (een gedeelte van) 2026 een overeenkomst met CZ groep hebben. Bestaande aanbieders ontvangen uiterlijk op 15 juni een verzoek om een vragenlijst in te vullen via VECOZO. Het aanbod is afhankelijk van het resultaat van deze vragenlijst en de beoordeling op de andere eisen. Als wij nog vragen hebben voor de zorgaanbieder, dan stellen we die vóór begin september. Uiterlijk eind september versturen wij het aanbod.
Aanbieden van de overeenkomst
De overeenkomst wordt digitaal aangeboden via VECOZO.
Looptijd van de overeenkomst
De overeenkomsten hebben een looptijd van 1 kalenderjaar (2027).
Digitale kraamzorg
In 2027 sluit CZ groep geen separate addenda meer af voor digitale kraamzorg. Deze prestaties maken dan deel uit van de reguliere overeenkomst kraamzorg. We sluiten voor de voorwaarden aan bij de richtlijnen van Bo Geboortezorg.
Partusassistentie
Ook voor het leveren van partusassistentie bij een poliklinische bevalling sluit CZ groep geen separate addenda meer af. De prestaties worden opgenomen in de reguliere overeenkomst kraamzorg. Per 2027 kan de partusassistentie die op een centrale locatie geleverd wordt (een ziekenhuis of geboortecentrum) separaat gedeclareerd worden. De NZa heeft de partusassistentie losgekoppeld van de prestaties voor het ziekenhuis en de geboortecentra.
Toeslag bij krapte in de kraamzorg
De convenanten die tot en met 2025 tussen Bo Geboortezorg en ZN overeengekomen zijn, worden vanaf 2026 niet meer verlengd. In plaats daarvan wordt er in 2026 gestart met het vastleggen van regionale afspraken tussen het KSV van een regio waar aantoonbare krapte heerst en de zorgverzekeraars (al dan niet via de primaire zorgverzekeraar voor de regio). In deze afspraken gaat het over oplossingen voor de kraamzorgkrapte. Als deze oplossingen leiden tot aantoonbare meerkosten voor de KSV’s, dan kunnen die via een regionaal plan aan de zorgverzekeraar(s) voorgelegd worden. De zorgverzekeraars kunnen hiervoor een toeslag toekennen. CZ groep wil dit proces in 2026 oppakken en hier bij goede resultaten in 2027 mee doorgaan.
- 1Voor de HKZ-certificering worden 165, 166 en 143 als afdoende beschouwd. 155 moet in combinatie met 123 zijn. Het KIWA-keurmerk beschouwen we ook als afdoende.
- 2In dit beleidsstuk wordt minimaal uiteengezet welke definitie van kwetsbaarheid er gehanteerd wordt, hoe met de kwetsbare zwangeren omgegaan wordt en hoe ervoor wordt gezorgd dat de kraamverzorgenden die deze kwetsbare zwangeren zien, adequaat opgeleid zijn.
- 3In dit opleidingsplan staat wat de visie op opleiden is en op welke manier de organisatie nieuwe kraamverzorgenden opleidt. De organisatie heeft ook kennis van het regiobeeld over de capaciteit in de regio. Er wordt per 20 kraamverzorgenden minimaal 1 kraamverzorgende opgeleid.
- 4Het gaat er hierbij om dat de organisatie aantrekkelijk is/blijft voor de kraamverzorgenden. Het vooraf inroosteren van kraamverzorgenden zodat zij weten wanneer ze moeten werken wordt over het algemeen prettig gevonden.
- 5Het gaat hierbij om kraamzorg in de vorm van video’s, filmpjes en/of beeldbellen. Bij het aanbieden van een overeenkomst voor 2027 bekijkt CZ groep of de organisatie deze prestaties ook daadwerkelijk levert.
- 6Als de organisatie zorg verleent in KSV’s die in 2026 zijn aangemerkt als krappe regio‘s, dan geldt dat de organisatie in 2026 in alle regio’s aangesloten moet zijn op de landelijke wachtlijsttool van Atermis, of een andere regionaal door het KSV gebruikte digitale tool met vergelijkbare functionaliteit.
- 7Denk hierbij aan het delen van informatie over de capaciteit en beschikbaarheid in het KSV en het afschalen van zorg om de zorg binnen de regio beter te spreiden.
- 8In dit beleidsstuk wordt minimaal uiteengezet welke definitie van kwetsbaarheid er gehanteerd wordt, hoe met de kwetsbare zwangeren omgegaan wordt en hoe ervoor wordt gezorgd dat de kraamverzorgenden die deze kwetsbare zwangeren zien, adequaat opgeleid zijn.
- 9In dit opleidingsplan staat wat de visie op opleiden is en op welke manier de organisatie nieuwe kraamverzorgenden opleidt. De organisatie heeft ook kennis van het regiobeeld over de capaciteit in de regio. Er wordt per 20 kraamverzorgenden minimaal 1 kraamverzorgende opgeleid.
- 10Het gaat hierbij om kraamzorg in de vorm van video’s, filmpjes en/of beeldbellen. Bij het aanbieden van een overeenkomst voor 2027 bekijkt CZ groep of de organisatie deze prestaties ook daadwerkelijk levert.
- 11Als de organisatie zorg verleent in KSV’s die in 2026 zijn aangemerkt als krappe regio‘s, dan geldt dat de organisatie in alle regio’s in 2026 aangesloten moet zijn op de landelijke wachtlijsttool van Atermis, of een andere regionaal door het KSV gebruikte digitale tool met vergelijkbare functionaliteit.
- 12Denk hierbij aan het delen van informatie over de capaciteit en beschikbaarheid in het KSV en het afschalen van zorg om de zorg binnen de regio beter te spreiden.